Posts tonen met het label geëngageerd boeddhisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geëngageerd boeddhisme. Alle posts tonen

maandag 21 juli 2014

Angulimala moordenaar

Update 23 juli
Zojuist heb ik m'n tekst 'Póetin moordenaar' ingetrokken en verwijderd (was: http://joopromeijn.blogspot.nl/2014/07/poetin-moordenaar.html)

Onderstaande tekst was vooral bedoeld om duidelijk te maken dat ik vind dat je een moordenaar een moordenaar moet kunnen noemen.
Of Poetin dat in feitelijke zin is, weet ik niet (meer); al denk ik nog steeds dat hij bloed aan z'n handen heeft.

Maar daar ging het me niet om.
Het ging me om het uiting geven aan m'n boosheid en m'n overtuiging dat ook boosheid een gevoel is dat niet onderdrukt hoeft te worden, dat dat zelfs niet wenselijk is.
Het wordt pas haat als ik in die boosheid zou blijven; en dat is niet het geval, merk ik.
Maar sommigen begrijpen duidelijk het onderscheid tussen boosheid en haat niet (al geef ik toe dat ik ook mezelf wat dit betreft wel wantrouw).

En vandaag rouw ik, net zo als ik dat gisteren en eergisteren deed.


===============================================================

Het kan altijd nog goedkomen (zelfs met mij). Zie het verhaal van Angulimala, waarvan ik hier alleen het begin citeer.
Maar de dingen moeten wel bij de naam genoemd mogen worden.

En verder: Niet alleen het tonen van 'verdriet' of 'machteloosheid' is spiritueel (boeddhistisch) correct, ook het hebben van 'boosheid'.
De kunst is, die boosheid noch uit te leven noch te onderdrukken.


MN 86: Aṅgulimāla Sutta

"<347> 1. Aldus heb ik gehoord. De Gezegende verbleef eens in Anāthapiṇḍika’s Bosklooster, in het Bos van Prins Jeta nabij Sāvatthī.

2. En in die tijd was er een bandiet in het koninkrijk van Kosala, het rijk van Koning Pasenadi, die Aṅgulimāla heette en wreed was, met bebloedde handen, die toegewijd was aan moord en vernietiging, zonder genade voor levende wezens. En hij maakte dat dorpjes tenietgedaan werden, dat marktstadjes tenietgedaan werden, dat het platteland tenietgedaan werd.(1) Hij was voortdurend mensen aan het vermoorden, en droeg een krans van [aaneengeregen] vingers.

De Boeddha Bezoekt Aṅgulimāla

3. En toen, in de ochtend, kleedde de Gezegende zich aan, nam zijn schaal en overkleed, en ging Sāvatthī binnen voor aalmoesgiften. Toen hij in Sāvatthī een aalmoesronde had gelopen en daarvan teruggekeerd was en zijn maaltijd genuttigd had, bracht hij zijn verblijfplaats in orde, nam zijn schaal en overkleed, en vertrok op de weg die naar de bandiet Aṅgulimāla leidde. En koeienherders, schaapherders, boeren en reizigers zagen de Gezegende lopen op de weg die naar de bandiet Aṅgulimāla leidde, en zeiden tegen hem: "Volg deze weg niet, monnik, want op deze weg bevindt zich de bandiet Aṅgulimāla, die wreed is, met bebloedde handen, die toegewijd is aan moord en vernietiging, zonder genade voor levende wezens. Hij maakt dat dorpjes tenietgedaan worden, dat marktstadjes tenietgedaan worden, dat het platteland tenietgedaan wordt. Hij is voortdurend mensen aan het vermoorden, en draagt een krans van [aaneengeregen] vingers. Monnik, groepen van tien man, twintig man, dertig man, veertig man en vijftig man zijn langs deze weg gegaan, en zelfs zij vielen in de handen van de bandiet Aṅgulimāla." En nadat dit gezegd was, ging de Gezegende zwijgend verder.

En een tweede keer... En een derde keer zagen koeienherders, schaapherders, boeren en reizigers de Gezegende lopen op de weg die naar de bandiet Aṅgulimāla leidde, en zij zeiden tegen hem: "Volg deze weg niet, monnik, want op deze weg bevindt zich de bandiet Aṅgulimāla... Monnik, groepen van tien man, twintig man, dertig man, veertig man en vijftig man zijn langs deze weg gegaan, en zelfs zij vielen in de handen van de bandiet Aṅgulimāla." <348> En de Gezegende ging zwijgend verder.

4. En de bandiet Aṅgulimāla zag de Gezegende van verre aankomen, en dacht: "Het is opzienbarend, het is verbazingwekkend! Groepen van tien man, twintig man, dertig man, veertig man en vijftig man zijn langs deze weg gegaan, en zelfs zij vielen in mijn handen. En toch komt deze monnik alleen en zonder metgezel hierheen, alsof hij zich een weg baant. Zou ik dan die monnik eens het leven ontnemen?" En toen pakte de bandiet Aṅgulimāla zijn zwaard en schild, bond zijn boog en pijlkoker om [zijn bovenlijf], en rende de Gezegende op korte afstand achterna.

5. En toen verrichtte de Gezegende zo'n prestatie van magische kracht, dat de bandiet Aṅgulimāla, zo hard lopend als hij kon, niet in staat was de Gezegende, die op een normaal tempo liep, in te halen. En toen dacht de bandiet Aṅgulimāla het volgende: "Het is wonderbaarlijk, het is verbazingwekkend! Voorheen haalde ik rennende olifanten in en pakte ze vast, ik haalde rennende paarden in en pakte ze vast, ik haalde rijdende rijtuigen in en pakte ze vast, ik haalde rennende herten in en pakte ze vast; maar toch kan ik nu deze monnik die op een normaal tempo loopt niet inhalen, ook al ren ik zo hard als ik kan!"(2) En hij stond stil en zei tegen de Gezegende: "Stop, monnik, stop!"

"Ik ben al gestopt, Aṅgulimāla. Stop jij ook eens!"

En toen dacht de bandiet Aṅgulimāla het volgende: "Die monniken, zonen van de Sakyas, spreken de waarheid, handhaven de waarheid. Maar deze monnik zegt, terwijl hij loopt: 'Ik ben al gestopt, Aṅgulimāla. Stop jij ook eens!' Zal ik hem dan eens [daarover] ondervragen?" <349>

6. En toen sprak de bandiet Aṅgulimāla de Gezegende in vers toe:

"Al lopend, monnik, zeg je dat je bent gestopt,
En over mij, stilstaand, dat ik niet ben gestopt.
Ik vraag je, monnik, naar de betekenis hiervan:
Hoe is het, dan, dat jij bent gestopt en ik niet?"

"Voor altijd gestopt ben ik, Aṅgulimāla,
Voor alle wezens heb ik geweld afgezworen.
Maar jij bent onbeheerst jegens levende wezens;
Daarom ben ik wel gestopt en jij niet."

"Eindelijk dan, is deze hoogvereerde Wijze,
Naar dit bos gekomen om de waarheid te vertellen.
Het vers over Dhamma heb ik nu gehoord,
En ik zal verder leven met het kwade opgegeven."

Zo sprekend, nam de bandiet zijn wapens,
En wierp ze in een kloof, een afgrond, een ravijn.
En hij vereerde de voeten van de Gelukkige,
En verzocht daar, op die plek, het weggaan in thuisloosheid.

En de Boeddha, de Wijze vol mededogen,
Die leraar van de wereld, met al haar goden,
Zei toen tegen hem: "Kom, monnik."
En zo was het dat hij een monnik werd. <350>

....
"

Bron: www.suttas.net/suttas/majjhima-nikaya/mn86-angulimala-sutta.php

donderdag 17 juli 2014

Een boeddhistische verklaring over ecologie – ter bestudering en ondertekening; ook voor Peacemakers

De Zen Peacemakers De Lage Landen (dat is Vlaanderen en Nederland) houden van 21 tot 30 juli een retraite over 'Zen en Ecologie ' .
Ik vind het jammer dat de Peacemakers zich tamelijk exclusief als Zen manifesteren, gezien hun terminologie (bv 'geest houder') en rituelen: dat werpt een drempel op.
Wel ben ik geïnteresseerd in en bezorgd over de ecologie; daarom ben ik blij dat de deelnemers onder ander in deze retraite van een recente tekst van David Loy over 'Helende Ecologie ' gaan bespreken. Waarschijnlijk in de vorm van de samenvatting ervan door Jelle Seidel.

Het artikel van Seidel op de website van de 'Vrienden van het boeddhisme ' bevat meer dan studiemateriaal.
Er is ook een link opgenomen naar een mogelijk te ondertekenen 'Buddhist Declaration ', opgesteld door o.a. David Loy en de bij Theravadins zeer bekende Bhikkhu Bodhi .
De Dalai Lama was een van de eerste ondertekenaars. Zie de Link naar de Declaration

Nu zeg ik niet dat de deelnemers aan de retraite aan het eind ervan allemaal de 'Declaration' moeten ondertekenen. Maar ik vind wel dat geëngageerd boeddhist meer moet zijn dan het hebben van mooie gedachten en opvattingen, en ook gepoogd moet worden iets te doen aan onrecht of in dit geval dreigende ecologische catastrofe.
Een gevolg van een discussie (zie voetnoot *) over actiebereidheid van Nederlandse Peacemakers bracht me tot het initiatief dit 'Buddhist Declaration' van Loy en Bodhi te vertalen. Bij deze:

=====================================================================

Een boeddhistische verklaring over klimaatverandering

De onderstaande verklaring geeft een unieke spiritueel beeld van de klimaatverandering en onze dringende verantwoordelijkheid om de oplossingen aan te dragen. De verklaring is voortgekomen uit de bijdragen van meer dan 20 boeddhistische leraren van alle tradities aan het boek 'A Buddhist Response to The Climate Emergency ' .
Het werd samengesteld als een inter-boeddhistische verklaring door Zen leraar dr. David Tetsuun Loy en senior Theravadin leraar Ven. Bhikkhu Bodhi met wetenschappelijke input van Dr John Stanley.
De Dalai Lama was de eerste om deze verklaring te ondertekenen. Wij dringen er bij alle betrokken leden van de internationale boeddhistische gemeenschap op aan, om het document te bestuderen en om hun stem te laten horen door het ook te ondertekenen, aan het einde van deze pagina.


De tijd om te handelen is nu
Een Boeddhistische Verklaring over Klimaatverandering


Vandaag leven we in een tijd van grote crisis, geconfronteerd met de ernstigste uitdaging die de mensheid ooit heeft gekend: de ecologische gevolgen van ons eigen collectieve karma. De wetenschappelijke consensus is overweldigend: menselijke activiteit is veroorzaakt ecologische afbraak op planetaire schaal. Speciaal de globale opwarming van de aarde gaat veel sneller dan eerder werd voorspeld; het meest duidelijk op de Noordpool. Honderdduizenden jaren lang was de Noordelijke IJszee bedekt met een gebied van zee-ijs zo groot als Australië, maar nu smelt dit snel weg. In 2007 voorspelde het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) dat de Noordpool vrij van de zomer zee-ijs zou kunnen zijn in 2100. Het is nu duidelijk dat dit binnen een decennium of twee zou kunnen gebeuren. Groenland's enorme ijskap is ook sneller dan verwacht aan het smelten. De stijging van de zeespiegel deze eeuw zal minstens een meter bedragen, genoeg voor overstromingen van vele kuststeden en vitale rijstbouwgebieden zoals de Mekong Delta in Vietnam.

Over de hele wereld worden gletsjers snel steeds korter. Als de huidige economische beleid doorzet, zijn de gletsjers van het Tibetaanse Plateau, de bron van de grote rivieren die water voor miljarden mensen in Azië leveren, waarschijnlijk halverwege deze eeuw verdwenen. Ernstige droogte en mislukte oogsten zijn er al in Australië en Noord-China.
Belangrijke verslagen – van het IPCC, de Verenigde Naties, de Europese Unie, en de International Union for the Conservation of Nature – zijn het erover eens dat, zonder een collectieve richting-verandering, de groeiende schaarste aan water, voedsel en andere middelen hongersnood, gevechten over deze bronnen en massa-migratie kunnen creëren. En wel eerder dan midden deze eeuw, misschien in 2030, volgens de Britse belangrijkste wetenschappelijke adviseur.

De opwarming van de aarde speelt een belangrijke rol in andere ecologische crises, waaronder het verlies van vele planten- en diersoorten die deze aarde met ons te delen (biodiversiteit). Oceanografen melden dat de helft van het koolzuurgas dat vrijkomt door fossiele brandstoffen, is geabsorbeerd door de oceanen, de zuurgraad met ongeveer 30% verhogend. Verzuring verstoort verkalking van schelpen en koraalriffen, maar ook bedreigend voor de plankton-groei, de bron van de voedselketen voor de meeste leven in de zee.

Eminent biologen en VN-rapporten zijn het erover eens dat "op dezelfde voet doorgaan" ("business-as-usual") de helft van alle diersoorten op aarde binnen deze eeuw doet uitsterven. Gezamenlijk zijn we het eerste voorschrift – "geen levende wezens schade doen" – op zo groot mogelijke schaal aan het schenden. En we kunnen niet de biologische gevolgen voor het menselijk leven overzien als er zoveel soorten ('species') die onzichtbaar bijdragen aan ons eigen welzijn, verdwijnen van de planeet.

Veel wetenschappers hebben geconcludeerd dat het voortbestaan ​​van de menselijke beschaving op het spel staat. We hebben een kritisch stadium bereikt in onze biologische en sociale evolutie. Er is nooit een belangrijker moment in de geschiedenis geweest om de mogelijkheden van het boeddhisme uit te oefenen ten behoeve van alle levende wezens. De vier edele waarheden bieden een kader voor het diagnosticeren van onze huidige situatie en het formuleren van passende richtsnoeren – omdat de bedreigingen en rampen waar we voor staan ​​uiteindelijk voortkomen uit de menselijke geest, en daarom diepgaande veranderingen in ons denken ('mind') vereisen. Als persoonlijk lijden voort komt uit verlangen en onwetendheid – uit de drie vergiften van hebzucht, kwade wil en verwarring – geldt hetzelfde voor het lijden dat ons treft op collectieve schaal. Onze ecologische noodsituatie is een grotere versie van de eeuwige menselijke situatie. Zowel als individu en als soort lijden we aan een gevoel van 'zelf' dat niet alleen losgekoppeld voelt van andere mensen, maar van de Aarde zelf. Zoals Thich Nhat Hanh heeft gezegd: "Wij zijn hier om te ontwaken uit de illusie van onze afgescheidenheid." We moeten wakker worden en beseffen dat de Aarde onze moeder en onze thuis is – en in dit geval kan de navelstreng ons aan haar bindt, niet kan worden doorgeknipt. Wanneer de Aarde ziek wordt, worden wij ziek, omdat we deel van haar uitmaken.

Onze huidige economische en technologische relaties met de rest van de biosfeer zijn niet duurzaam. Om de ruwe overgangen het hoofd te bieden, moet onze levensstijl en moeten onze verwachtingen veranderen. Het gaat zowel om nieuwe gewoonten als om nieuwe waarden. De boeddhistische leer dat de algehele gezondheid van het individu en de samenleving afhankelijk is van innerlijk welzijn, en niet alleen op economische indicatoren gebaseerd, helpt ons de persoonlijke en sociale veranderingen te bepalen, die we moeten maken.

Op individuele schaal moeten we gedragingen aan gaan nemen dat het dagelijks ecologisch bewustzijn verhoogt en onze 'carbon footprint' verkleint. Degenen van ons in de hoogontwikkelde economieën moeten onze huizen en werkplekken herinrichten en isoleren ten behoeve van energie-efficiëntie; onze thermostaten in de winter lager zetten en in de zomer hoger; energie-zuinige lampen en apparaten gebruiken; ongebruikte elektrische apparaten helemaal uitzetten; de zuinigst denkbare auto's gebruiken; en de vleesconsumptie verminderen ten gunste van een gezond, milieuvriendelijk, plantaardig dieet.

Deze persoonlijke activiteiten zullen op zichzelf niet voldoende zijn om de toekomstige ramp af te wenden. We moeten ook institutionele veranderingen, zowel technologisch als economisch, bewerkstelligen. We moeten onze energie systemen zo snel mogelijk "ont-kolen" (“de-carbonize”) door fossiele brandstoffen te vervangen door hernieuwbare energiebronnen die grenzeloos, goedaardig en harmonieus met de natuur zijn. We moeten vooral met de bouw van nieuwe kolencentrales te stoppen, omdat steenkool veruit de meest vervuilende en meest gevaarlijke bron is van koolstof in de atmosfeer. Wijselijk gebruikt, kan windenergie, zonne-energie, getijdenenergie en aardwarmte alle elektriciteit bieden die we nodig zonder beschadiging van de biosfeer. Aangezien wel een kwart van de mondiale kooldioxide emissies afkomstig is van ontbossing, moeten we de verwoesting van de bossen keren, vooral het vitale regenwoud waar de meeste soorten planten en dieren leven.

Het wordt steeds duidelijker dat belangrijke veranderingen ook nodig zijn in de manier waarop ons economisch systeem is opgebouwd. Opwarming van de aarde is nauw gerelateerd aan de gigantische hoeveelheden energie die onze industrieën verslinden om in de niveaus van de consumptie te voorzien die velen van ons hebben geleerd en denken normaal te kunnen vinden. Vanuit het boeddhisme zou een gezonde en duurzame economie moeten worden beheerst door het beginsel van toereikendheid: de sleutel tot geluk is tevredenheid in plaats van een steeds toenemende overvloed van goederen. De drang om meer en meer te consumeren is een uiting van verlangen, precies dat wat de Boeddha heeft aangewezen als de oorzaak van het lijden.

In plaats van een economie die winst benadrukt en voortdurende groei vereist, om instorting te voorkomen, moeten we samen evolueren naar een economie die een voldoende levensstandaard voor iedereen biedt; terwijl het ons tegelijkertijd toestaat onze volledige (inclusief spirituele) potentieel te ontwikkelen in harmonie met de biosfeer die alle wezen onderhoudt en voedt, inclusief toekomstige generaties.
Als politieke leiders niet in staat zijn om de urgentie van onze wereldwijde crisis te onderkennen, of niet bereid om de lange termijn voordelen voor de mensheid boven het korte-termijn voordeel van fossiele brandstof multinationals te erkennen, moeten we ze wellicht uitdagen met aanhoudende campagnes van burgerlijke actie.

Dr James Hansen van NASA en andere klimatologen hebben onlangs de precieze doelstellingen gedefinieerd die nodig zijn om te voorkomen dat de opwarming catastrofale niveaus ("tipping points) bereikt." Het veilige niveau van kooldioxide in de atmosfeer mag niet meer dan 350 deeltjes per miljoen (ppm) zijn, om een duurzame menselijke beschaving mogelijk te houden. Deze doelstelling werd onderschreven door de Dalai Lama, samen met andere Nobelprijswinnaars en vooraanstaande wetenschappers. Onze huidige situatie is bijzonder zorgwekkend omdat het huidige niveau al 387 ppm is, met een stijging van 2 ppm per jaar. We worden uitgedaagd niet alleen om de koolstofuitstoot te verminderen, maar ook om grote hoeveelheden kooldioxide die al aanwezig is in de atmosfeer, er uit te halen.

Als ondertekenaars van deze verklaring van de boeddhistische principes erkennen wij de dringende uitdaging van de klimaatverandering. In overeenstemming met de boeddhistische leer accepteren wij onze individuele en collectieve verantwoordelijkheid om te doen wat we kunnen om dit doel, met inbegrip van (maar niet beperkt tot) de persoonlijke en sociale antwoorden, hierboven beschreven, te voldoen.

We hebben nog maar een korte periode (“window of opportunity”) om actie te ondernemen, om de mensheid voor de dreigende ramp te behoeden en om het voortbestaan ​​van de vele uiteenlopende en prachtige vormen van het leven op Aarde te verzekeren. Toekomstige generaties, en de andere soorten die de biosfeer met ons delen, hebben geen stem om te vragen om ons mededogen, wijsheid en leiderschap. We moeten naar hun stilte luisteren. Wij moeten ook hun stem zijn, en namens hen handelen.


=====================================================================

Tot zover de vertaling.
Degenen die het hiermee eens zijn, zouden hem ook kunnen ondertekenen.
Daarvoor verwijs ik naar de oorspronkelijk website-pagina omdat dit ondertekenen het best op één plek kan plaatsvinden: www.ecobuddhism.org/bcp/all_content/buddhist_declaration/
De regel 'Please check this if you are a recognized Buddhist teacher' zou ik maar negeren;
één van de twee hokjes daarvoor wel aanvinken; en naam, woonplaats, land, emailadres en eventueel sangha invullen.
En ' Sign the Declaration ' aanklikken !

Natuurlijk is dit ook symbolisch gedrag. Maar een volgende (meer activistische stap) kan volgen.

Wat gebeurt er met de 'handtekeningen' ?
Zie de achtergrondgegevens van de   eerste 5000 ondertekenaars , van  de sangha's ,
en  per land : al 119 Nederlanders en wij wisten van niks.
Voor verdere gegevens over de organisatie etc., zie hun homepage .

=====================================================================

Update 20 juli

Het artikel 'Healing Ecology' van Loy heeft een reactie opgeleverd in het 'Journal of Buddhist Ethics', geschreven door Grace Y. Kao ,  die nadrukkelijk van zichzelf zegt, Protestant Christen te zijn, en nadrukkelijk van zichzelf zegt vrouw te zijn, omdat dat doorwerkt in haar kritiek.
De titel: ' Moving Forward by Agreeing to Disagree: A Response to “Healing Ecology” '
Ik heb het nog maar vluchtig gelezen, maar mijn indruk is dat het belangwekkend en fundamenteel is. Kritisch, maar constructief; dat laatste zeg ik er maar bij omdat veel boeddhisten denken dat kritiek (altijd) destructief is.

=====================================================================

* Noot
Mijn kritiek op de filosofie van de Peacemakers heb ik eerder aldus geformuleerd:

" Een Peacemaker houdt zich – volgens de ideeën van Bernie Glassman - aan drie principes:
* niet-weten (not-knowing): het loslaten van vaste ideeën over jezelf en het universum
* erkennen wat is (bearing witness) ten aanzien van de vreugde en het lijden van de wereld
* liefdevolle actie (loving action) voor jezelf en voor anderen

‘Niet-weten’ is een typisch Zen-principe; al kan het een open geest hebben in het algemeen geen kwaad; in de Theravada bestaat 'onwetendheid' maar dat is wezenlijk iets anders.
'Liefdevolle actie' zou door iedereen gedaan moeten worden, soms individueel, soms collectief.

Blijft over het principe van 'bearing witness'; het (ik citeer) “ 'Erkennen wat is'. [Het] samenvloeien met een persoon, of het diep in je opnemen van een situatie om zodoende tot een wezenlijk contact te komen.“ Het is dit tweede principe waar de meeste bedenkingen tegen bestaan. Het is nogal eens exhibitionistisch, want graag gekoppeld aan publiciteit. Terwijl het derde principe (actie) bij projecten die ik ken in Nederland, ontbreekt: niet bij een Auschwitz-retraite, niet bij de aangekondigde Lampedusa-retraite, en ook niet bij de retraite eind deze maand over 'Zen en ecologie' (als dat wel zo is, hoor ik het graag).
"

zondag 13 juli 2014

Wetenschap met boeddhisme; of zonder boeddhisme

Vooraf: ik neem aan dat degene die geïnteresseerd is in de relatie boeddhisme - (natuur)wetenschap, voldoende het Engels beheerst. Daarom heb ik niet geprobeerd citaten te vertalen.


Een paar weken geleden is een artikel van Rob Hogendoorn verschenen onder de titel
'Caveat Emptor: The Dalai Lama’s Proviso and the Burden of (Scientific) Proof '.
Het is een 'open access' artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Religions. Je kunt het lezen, downloaden via  deze link .

De samenvatting luidt:
'A more complete understanding of the Dalai Lama’s intellectual milieu and mental framework serves to contextualize and appraise his contributions to the discourse on Buddhism and Science in general, and the so-called Mind and Life Dialogues in particular. In addition to providing indispensable background information, a fuller expression of his foundational views and motives sheds light upon the idiosyncratic way the Dalai Lama engages new fields of knowledge. Thanks to the Dialogues’ format and the transparency of the Dalai Lama’s scholastic mentality, the way in which Mind and Life participants meet various challenges in practice offers enough traction to retrieve and critically appraise real-time patterns of engagement and innovation. This should prove to be instrumental in determining the Dialogues’ measure of success, at least by its own standards and stated purpose. Following this approach, the Dalai Lama’s long-time use of a proviso derived from Tsongkhapa’s reading of Middle Way philosophy as a methodological distinction that delineates the scope of Science warrants specific attention. '
(Bron: www.mdpi.com/2077-1444/5/3/522 )

Het gaat dus over de serie 'Mind and Life' dialogen van de Dalai Lama (ondersteund door andere monniken en vertalers) met wetenschappers. Zie voor een overzicht 'M&L Mission ' .
Hogendoorn geeft de doelstellingen ervan weer , zoals destijds geformuleerd door een van de oprichters, Francisco Varela (in 2002 overleden).

Twee belangrijke bijdragen die het boeddhisme kan leveren aan de wetenschap:
'The first would be the unification of subjective and objective perspectives on conscious experience. In effect, this amounts to the integration of first-person, experiential findings derived from Buddhist meditative practice with third-person, empirical data of cognitive and affective neuroscience. Such integration, Varela thought, would provide researchers with a new, improved frame of reference to interpret and test their observations.
Varela felt that the meeting of Buddhism and Science holds a great promise of fundamental,
constructive changes in the way scientists conceive of long-standing problems. At a fundamental level, he wrote, Buddhist thought affords a view of the material universe that has no counterpart in the philosophical heritage of the West.
As a second contribution, therefore, a sustained exchange with the Dalai Lama and other Buddhist contemplatives on the foundations of physics would have scientists rethink their logical and epistemological repertoire. This should help overcome the conundrums that confront, for instance, theoretical physicists involved in the attempt to describe all physical forces in a single, unified theory
.'

Het boeddhisme (in feite: het Tibetaans boeddhisme, maar dat is voor Tibetaans boeddhisten hetzelfde als HET boeddhisme) zou ook voordeel van de dialogen kunnen hebben, aldus Varela:
' As a third contribution, the Institute anticipated, the Dalai Lama’s personal involvement could spark other Tibetan monastics’ interest in science. This would invigorate his campaign to introduce science education into the centuries-old curricula of Tibetan monastic colleges in India.
Lastly, as a fourth contribution, Tibetan monastics’ introduction to modern science could help revitalize the Tibetan philosophical tradition.
' (par. 2)

In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op de rol van de Dalai Lama en de complicaties daarbij. Helaas gaat het veel minder over de toch ook wel complexe rol van de wetenschappers aan de dialoog (die bv te maken hebben met hun wetenschappelijike collegiale gemeenschap). Maar ja, daar gaat het niet over.

Helaas ook niet expliciet over de vraag of de vier doelstellingen van Varela (en dus van de Dalai Lama) gehaald zijn of in ieder geval de mate waarin dat het geval is.
(Mijn inschatting:
Wat betreft de eerste twee doelstellingen: van een mogelijk effect op de natuurwetenschap – zoals de gezochte verenigde theorie van alle natuurkrachten – heb ik geen enkele natuurwetenschappelijk publicatie gelezen; over het effect op de neurowetenschap – bv wat betreft het effect van meditatie – ben ik niet zeker, maar Nobelprijzen heeft het zeker niet opgeleverd.
Wat betreft de effecten op het georganiseerde Tibetaanse boeddhisme: mogelijk is dat in Tibet of India het geval, in het Westen in ieder geval niet, in het programma van Maitreya of Rigpa komt het niet voor.)

Een van de thema's die wel aan de orde komen is de wetenschapsopvatting van de Dalai Lama en vooral het voorbehoud (de 'Proviso ') dat hij heeft gemaakt toen hij schijnbaar ruimhartig zei: als de wetenschap bewijst dat een dogma van het boeddhisme onjuist is, dan laten we dat dogma los (ik formuleer het in m'n eigen woorden). Dat voorbehoud is dat iets niet vinden niet hetzelfde is als het niet-bestaan van iets vaststellen. Het voorbeeld: het bestaan (of niet-bestaan) van wedergeboorte.

Hogendoorn citeert de Dalai Lama in een artikel uit 2005, de DL schreef:
“Popper’s falsifiability thesis resonates with a major methodological principle in my own
Tibetan Buddhist philosophical tradition. We might call this the “principle of the scope of
the negation”. This principle states that there is a fundamental difference between that
which is “not found” and that which is found “not to exist”. If I look for something and fail
to find it, this does not mean that the thing I am seeking does not exist. Not seeing a thing
is not the same as seeing its non-existence. In order for there to be a coincidence between
not seeing a thing and seeing its non-existence, the method of searching and the
phenomenon being sought must be commensurate.
” (par. 12)
Volgens mij zou Popper het geheel niet met de Dalai Lama eens zijn m.b.t. dit citaat.
Ik denk zelfs dat de DL weinig van de wetenschapstheorie van Popper heeft begrepen.
Hij zou bijvoorbeeld veel gehad hebben aan dit heldere Wikipedia artikel .

Uiteraard is dit alles geen echte bespreking van het – uiterst informatieve – artikel van Hogendoorn; ik heb er alleen een paar punten die mij - als amateur-natuurwetenschapper en als vrijzinnig Theravada-boeddhist - interesseren, uit gehaald.

====================================================================

Boeddhisme en wetenschap is en blijft een lastige combinatie. Interessant is dat men kennelijk zo graag wil dat ze combineerbaar zijn. Ik heb daar persoonlijk niet zo'n last van, deels komt dat omdat ik één van de heetste hangijzers – het bestaan van reïncarnatie – toch al niet geloof.

Een mooi voorbeeld van het streven naar een vergelijk is een dit jaar uitgekomen nieuw boek van de bioloog (en Thich Nhat Hanh boeddhist) David Barash , ' Buddhist Biology – Ancient Eastern Wisdom Meets Modern Western Science ' (Oxford University Press, 2014)

Eerder schreef Barash het artikel 'Only connect – Buddhism and ecology both refuse to separate the human and natural worlds – and demand that we act accordingly ' dat de kern van dit boek bevat. Zie 'Only connect ' .

'Biology' is voor hem vooral de grote biologie, met name de evolutietheorie (die ik hier niet probeer samen te vatten). Niet het makkelijkste wetenschappelijke thema om met het boeddhisme te vergelijken!
Omdat ik het boek nog niet uit heb en het toch al lastig vind zoveel informatie samen te vatten, een aantal citaten uit dit artikel.
“ People who follow ecological thinking (including some of our hardest-headed scientists) might not realise that they are also embracing an ancient spiritual tradition. Many who espouse Buddhism might not realise that they are also endorsing a world view with political implications that go beyond bumper stickers demanding a free Tibet.
Plenty of us recognise that Buddhist writings and teachings — especially in their Zen manifestation — celebrate the beauty and wisdom in the natural world. ...
...
The pioneering ecologist Aldo Leopold wrote that to have an ecological conscience is to ‘live alone in a world of wounds’. The Buddha urged his followers to be sensitive to the suffering of all sentient beings. His First Precept is to commit oneself to ahimsa, or nonharming. The Mahayana Buddhist ideal is to go further, and to become a bodhisattva, an enlightened individual who vows to relieve the suffering of all beings. In the ‘Metta Sutta’, Theravada monks and lay adherents vow to practise loving kindness: ‘Even as a mother protects with her life her child, her only child, so with a boundless heart should one cherish all living beings.’ And here is the first verse of ‘The Bodhisattva Path’, by Shantideva, a revered eighth-century poet: ‘May I be the doctor and the medicine/And may I be the nurse/For all sick beings in the world/Until everyone is healed.’
However, for me, as a scientist, there is something much more in the Buddhist tradition than an injunction to care for other living things. This meeting of the minds, Buddhist and ecological, results from similar insights into the nature of reality itself — which is indistinguishable from the reality of nature — and of our place in the whole business.
…
The interconnected and interdependent nature of things is the heart of ecology. It is also remarkably similar to the fundamental insight of Buddhism: ‘dependent co-arising’ or pratītyasamutpāda in Sanskrit; paticcasamuppāda in Pali. Traditional Tibetan Buddhists repeat, over and over, that all things have at some time been our mothers, just as we have at some time been theirs. In both the Theravada and Mahayana schools of Buddhism, the key teaching is ‘compassion’, which means something quite different from empathy, sympathy, doing good, being nice, or easy phrases about ‘feeling your pain’.
The touchstone, instead, is a Buddhist idea that is among the most difficult for Westerners to accept: the concept of anatman, or ‘no-self’. … Each of us arises in conjunction with others, dependent on and inseparable from those others. Trying to locate an inviolate particle of selfhood within anyone (or indeed, in any living thing) is not like finding a solid pit inside an apricot. It is more like peeling an onion: we are layers within layers, with nothing at the centre. Or, like an eddy in a river, each of us can be identified and pointed to, but nonetheless, there isn’t any persistent ‘us’: just a constantly moving pattern of flow, with everyone composed entirely of non-self stuff, all of it passing through. For Buddhists and ecologists alike, we are all created from spare parts scavenged from the same cosmic junk-heap, from which ‘our’ component atoms and molecules are on temporary loan, and to which they will eventually be recycled.
So our existence is not a distinct and separable phenomenon. ... For ecologists, no less than for poets or Buddhists, it is the fundamental rule, whether you call it connectedness, inseparability or, in the language of science, food webs, trophic levels, and community interactions.
...
Everything, it seems, is connected; the Buddha would understand. All the same, we shouldn't assume that the parallels between Buddhism and ecology are too exact, with either one mapping readily and completely onto the other. For me — an unrepentantly atheist scientist — there are many aspects of Buddhist tradition that seem downright ridiculous.
High on the list of such absurdities are the phenomena of iddhi, supernatural events that are supposed to be generated by extremely skilful and committed meditation. They appear often in Buddhist texts, and I don’t believe a word of them. Higher meditators are claimed to possess various supernatural abilities, becoming invisible on demand, walking through walls, on water, through the air, hearing people and other beings very far away, mind-reading, recalling past lives, even possessing ‘divine eyes’ that permit them to see the arising and passing away of karma.
...
Traditional Buddhist cosmology is very complex, and more than a little weird, with the world composed of 31 levels, the lowest being a kind of hell, followed in turn by animals, ghosts, titans, humans, five different tiers of lesser gods, 15 of higher gods, after which one encounters, in turn, ‘infinite space’, ‘infinite consciousness’, ‘nothingness’, and finally ‘neither perception nor non-perception’. The Dalai Lama (a self-proclaimed admirer of Western science) has recently admitted that he no longer believes all that business about the world being flat with a great mountain — Mount Meru — at its centre. I don’t know about the beliefs of other leading Buddhists in this regard.
Neither is ‘Buddhism’ a monolithic whole. Some argue that ‘real’ Buddhism should be based on the early teachings of the Pali canon. But this is quite different from the Buddhism whose vision is so similar to modern ecology. The historical Buddha seems to have been more concerned with ending human suffering and encouraging individual enlightenment than with promoting environmental sensitivity. Instead of revelling in connectedness, early Buddhist thought focused on the downside of being ‘misled’ in maya, the illusory sense of the material world’s importance.
…
To be sure, the science of ecology is divided as well: ecology has a double meaning, being used to refer both to the quantitative science and to a broad sense of ethical responsibility towards a complex natural world.
Even so, there are many striking and subtle connections between Buddhist metaphysics and ethics on the one hand and an ecological orientation on the other. Modern Buddhism, especially as promoted and practised in the West, has undergone something of an intellectual makeover. It now places more emphasis on social and environmental responsibility than the Buddha or his immediate followers seem to have favoured — perhaps in part due to the influence of Zen.
…
Ecology was traditionally defined as the study of the interrelations between organisms and their environments, which is still somewhat dualistic. Significantly, ecologists now modify this definition to emphasise the fundamental identity of subject and surroundings. We cannot separate the bison from the prairie or the spotted owl from its coniferous forest. Since any such distinction is arbitrary, the ecologist studies the bison-prairie, owl-forest unit. Food webs, such as those connecting mouse, acorn and gipsy moth, are not mere descriptions of who-eats-whom, but outlines of their very being. The Buddhist suggestion that an organism’s skin does not separate it from its environment but, rather, joins the two, could just as well have come from a ‘master’ of physiological ecology.
...
Not surprisingly, verbal analysis, with its unavoidable linearity, is inadequate for ecologists just as it has long been disdained by Buddhist masters. Where the Buddhist master plays with poetic imagery, the ecological imagination turns to modelling and metaphors of its own.
Ecology is many things: a science, a world view, a cautionary tale. It can be nearly incomprehensible in its mathematical thickets, downright tedious in its verbal pomposity, theoretically abstruse yet dirty-under-the-fingernails practical, often ignored and derided although desperately needed as a voice for basic planetary hygiene and a practical corrective to human hubris. It has been called the ‘subversive science’, since it subverts our egocentric insistence on separateness, and with it, our inclination to ride roughshod over the rest of the natural world. Buddhism is no less subversive, its ecological implications in particular carrying the serious practitioner far beyond giddy adoration of the Dalai Lama, or a fascination with celebrity Buddhists such as Richard Gere. “


M'n verwachtingen bij het aanschaffen van dit boek waren hoog. Enige teleurstelling is wel mijn deel. Dat komt met name omdat Barash zich vooral baseert op het boeddhistische leerstuk van 'Pratītya-samutpāda in de benadering van Thich Nath Hanh. Kort samengevat is dat: alles hangt met alles samen; wel wat anders dan mijn Theravada-kennis over de causaliteit van twaalf stappen.
Maar aan de kant bevat het veel boeiende informatie en verbanden. En opvattingen: Barash is niet puur de wetenschapper, hij benadrukt ook de verantwoordelijk van de mens – evolutionair tot denkend en moreel wezen geworden – voor de ecologie.

====================================================================

Er is een interessant verband tussen het artikel van Hogendoorn en het boek van Barash.
Een bespreking namelijk van Barash in het tijdschrift van de FPMT; een Gelugpa-organisatie waar ook het Nederlandse Maitreya bij hoort en dus nadrukkelijk 'in' de Dalai Lama is.
Een Review door Jacob Sky Lindsley

Het begint aldus: “Some curious students of contemporary Buddhism will be familiar with the ongoing dialogue between Buddhism and science. Events like the 'Mind and Life' conferences put high-profile scientists in selfies with the Dalai Lama and other well-known Buddhists. While psychology, neurology, and physics have tended to be the disciplines most featured in such prestigious conferences, Dr. Barash’s Buddhist Biology attempts to add biology to this interesting discussion. Though many of the questions he asks are undeniably fascinating and profound, his overall approach seems ill suited to the task.
Before we go into a critique, Barash should be given credit where it is due. He is a buoyant, colorful and playful writer and doesn’t flinch when tackling complex questions. Additionally, his vocal call for human beings to take responsibility for their effect on the planet reveals his overwhelmingly positive motivation. He sees in Buddhism the potential to ground the insights of biology in a way that highlights human moral imperatives. He does a good job of highlighting the sheer wonder of our world and the reader can really feel how much he loves our Earth.
But as a rule, Barash does not entertain discussion on anything that falls outside the bounderies of his worldview. His downright ornery insistence on what he calls the “natural, the real, the material” makes it difficult for him to appreciate the methodology of the Buddhist tradition.”


'[T]he Buddhist Tradition ? Ik denk dat Lindsley bedoelt: de Tibetaans-boeddhistische traditie, inderdaad niet de traditie van Barash.

Een behoorlijke negatieve bespreking dus omdat Barash geen water in z'n wetenschappelijke wijn doet, maar volgens Lindsley niet zo veel van het boeddhisme begrijpt. Dat is volgens mij deels overdreven en deels onjuist; het punt is dat Barash beoefenaar is van een andere boeddhistische traditie van Lindsley, namelijk die van Thich Nhat Hanh; dat Barash ook Batchelor in positieve manier aanhaalt, maakt het in deze FPMT-kring nog erger.

====================================================================

Tot slot een boek dat ik momenteel ook aan het lezen ben. Over wetenschap, sterrenkunde nog wel! Smullen dus. Expliciet gaat het niet over het boeddhisme, impliciet voor mij wel.
'Zwaartekracht bestaat niet - Een vraagstuk voor de 21ste eeuw '  door   Vincent Icke , hoogleraar astrofysica aan de Universiteit Leiden.
Amsterdam University Press, mei 2014.

Uit de samenvatting:
"...
De eenentwintigste eeuw begon met een onthutsende opeenstapeling van raadsels, vooral dankzij de toegenomen precisie van de kosmologie. Wat bleek? Ons heelal bestaat vrijwel geheel uit 'donkere materie', met een aard en samenstelling die volkomen onbekend zijn. Op een dergelijke grote schaal wordt de werkelijkheid niet zozeer bepaald door de beweging van voorwerpen door de ruimte, als wel door de dynamica van de ruimte zelf.

Er moet dus één enkele theorie komen waarin beide beschrijvingen - van beweging door de ruimte en beweging van de ruimte - worden samengevoegd. Een dergelijke theorie betekent niet alleen dat zwaartekracht 'vervalt', maar ook dat de bestaande opvattingen over de wisselwerking tussen deeltjes moeten worden vervangen door iets nieuws. Maar door wat?
"



dinsdag 24 juni 2014

Ik ben oranje (in Teeven z'n systeem dan) Followup

Op 13 juni plaatste ik de blog 'Ik ben oranje, merk ik (in Teeven z'n systeem dan) '
Er is nieuws van dit front
De NRC van vandaag meldt dat de rechter uitspraak heeft gedaan en dat Teeven meteen in beroep gaat.
Ik citeer: "Staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) gaat in hoger beroep tegen het vonnis over zijn nieuwe detentieregime, zo schrijft persbureau Novum vanmiddag. Vanochtend bepaalde de rechter in Den Haag dat dit regime in strijd is met de wet.
De rechter deed vandaag uitspraak in een kort geding dat zestig gedetineerden tegen de staat hadden aangespannen naar aanleiding van het nieuwe stelsel dat Teeven wil invoeren. De wettelijke basis om gevangenen tussen de activiteiten door in hun cel te stoppen ontbreekt hierin, zo luidt het oordeel.

..."

Helaas heb ik nog geen reactie vernomen op mijn oproep van verleden week die ik hier herhaal:
Wordt het niet tijd dat de (boeddhistisch) geestelijk verzorgers bij Justitie zich solidair gaan verklaren met de gevangenen? Met hun leerlingen en/of cliënten dus?
Jullie zijn toch zeker ook 'oranje'? Kom op, Varamitra, toon dat je een boeddhistisch leider bent.

vrijdag 13 juni 2014

Ik ben oranje, merk ik (in Teeven z'n systeem dan)

Gevangenen zijn een proces aangegaan tegen staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie.
De reden is een vergaande verkilling en versobering van de bejegening. Ook gedetineerden die zich goed gedragen, moeten in hun cel blijven.
Ook het gevangenispersoneel is ongelukkig met het nieuwe regime. De cipiers hadden net geleerd dat ze de gevangenen tegemoet moesten treden met een 'motiverende bejegening'. Nu worden we weer sleutelbewaarders, klinkt het morrend.
Bron: De Volkskrant van woensdag 11 juni 2014.

Een gevangene zit in een van de drie volgende categorieën:
- groen gedrag,  wordt beloond
- oranje gedrag  levert na twee keer straf op
- rood gedrag  betekent onmiddellijke straf
'Straf' houdt in: nog minder (groeps)activiteiten en nog meer in een gesloten cel verblijven.

'Oranje' gedrag, dat tot straf leidt, is het meest interessant, de Volkskrant noemt:
* Rondhangen
* Mild protesteren tegen het personeel
* Een woordenwisseling aangaan
* Gesloten, oneerlijk of onbetrouwbaar zijn
* Niet of weinig wassen, scheren, tandenpoetsen of schone kleding aantrekken

Allemaal gedrag dat mij ook tamelijk kenmerkt; behalve dan dat oneerlijk of onbetrouwbaar zijn. Maar al die andere zaken wel, op z'n tijd. 'Veel lezen' zal ook wel bij het 'oranje gedrag' van Teeven horen, vermoed ik.
Daarom dat ik moet constateren: ' Ik ben oranje '.
Niet 'voor Oranje' ( over voetbal heb ik verleden week al geschreven ), maar 'oranje gedrag' dus. Van gezonde autonomie getuigend gedrag, lijkt mij.

Wordt het niet tijd dat de (boeddhistisch) geestelijk verzorgers bij Justitie zich solidair gaan verklaren met de gevangenen? Met hun leerlingen en/of cliënten dus?
Jullie zijn toch zeker ook 'oranje'?   Kom op, Varamitra, toon dat je een boeddhistisch leider bent.


zaterdag 7 juni 2014

BOS radio nu ook geheel in het lieve-mensen-model. Zonder botsingen? En waar blijft de journalistiek?

Op de website van de BOS staat als nieuwsbericht:
Veranderingen bij de BOS.   Ik citeer hun bericht van 6 juni
" BOS Radio staat voor een wijziging in de programmering. De nachtelijke uitzending van dinsdag op woensdag zal na de zomerperiode een andere opzet krijgen. Op de plek waar nu het reportageprogramma 'Hemelsbreed' (Radio 5, 0:00 - 0:30 uur) te horen is zal vanaf september een diepgravend interview geprogrammeerd worden. Dit programma draagt voorlopig de werktitel ‘De Nachtgast’.
In de nieuwe opzet krijgt een hoofdgast ruim een half uur de tijd om zijn of haar verhaal te doen. Het programma krijgt net als haar voorganger een duidelijk boeddhistisch karakter. ...
Begrippen als transformatie, samsara, moed, contemplatie en compassie zullen regelmatig passeren in het nachtelijke interview. Bekende en minder bekende gasten worden verleid tot een goed gesprek van mens tot mens. Een gesprek waarin ook best eens een stilte mag vallen.
...
Op dit moment wordt er gewerkt aan de invulling van het concept. Het is de nadrukkelijke bedoeling om klank, kleur en inhoud maximaal te laten aansluiten bij iedereen die open staat voor het boeddhisme. Met andere woorden: mooie, persoonlijke gesprekken met boeddhistische thema’s als vertrekpunt. Gesprekken die de kern raken en de luisteraar bij blijven.
"


Ik ben nogal ongelukkig over deze beleidswijziging; en geloof niet in de onvermijdelijkheid er van.

Fijn dat er ook best eens een stilte mag vallen. Maar mag er ook af en toe eens een klap vallen; overdrachtelijk uiteraard: dat men het grondig met elkaar oneens is?
Dat lijkt niet in de formule te passen. Zelfs het niet met elkaar eens zijn lijkt ongepast, want het gaat niet om meningen, maar om 'gevoelens'.
Een gesprek tussen een aanhanger van de Dalai Lama en een van Dorje Shugden komt niet in aanmerking, vrees ik. Of een gesprek tussen zo'n aanhanger en een Theravada-boeddhist die die Tibetaanse ruzie maar raar vindt, zoals recent in *OpenBoeddhisme*

Hemelsbreed is - of was - het meest boeddhistische van alle BOS-programma's; zeker uitgesprokener dan de televisie maar ook meer dan de OBA Live van 19 tot 20 uur op de dinsdagavond (die ik trouwens ook al gesprekken tussen twee, en een enkele keer drie, mensen zijn; ik zie het onderscheidene niet zo zeer). En dan wordt minder omdat vooral 'interessante mensen' het gesprek mogen voeren. Waar blijft de saaie, maar degelijke, boeddhist?

Hemelsbreed is - of was - ook het meest journalistieke van alle BOS-programma's. Een functie die toch al niet dik gezaaid is in boeddhistisch Nederland.
Het zou echt treurig zijn als deze functie verloren gaat.
Wat dat betreft begrijp ik iets niet:
Begin dit jaar werd aangekondigd dat eens per maand in 'Hemelsbreed' Marlous Lazal de boeddhistische actualiteit (in Nederland) doornam. Dat is een paar keer ook zo gebeurd (het was al minder dan toen de BOS nog op zaterdagmiddag uitzond), maar minstens één keer was het onderdeel van 'OBA Live' van 19 tot 20 uur; toeval of beleidswijziging?
Nu lijkt het helemaal te verdwijnen.
Doet de actualiteit er niet meer toe? Doet wat er gebeurt bij de (lokale) sangha's niet meer toe?


Dit bericht is ook (bewerkt en waarschijnlijk met de antwoorden op telefonische/email-vragen) in het Boeddhistischdagblad ' verschenen, zie BD 6 juni .

In dit artikel zegt hoof radio Maurice Laparlière:
‘ Hemelsbreed is, met bijna altijd drie items per uitzending, en radiomakers die van Limburg tot Groningen het hele land door reizen om hun gesprekspartners te interviewen en hun producties zelf monteren, een redelijk kostbaar programma .... '
Telefonische interviews met inkorting tot de juiste lengte lijkt me helemaal niet zo arbeidsintensief. Dan maar een kleiner aantal langere interviews vergeleken met het aantal nu.
En ik denk dat er duurdere presentatoren gaan komen dan de huidige, type bekende Nederlanders, ex-politici of zo.

Het BD-artikel van vrijdag 6 juni leverde een verdrietige reactie op van BOS Radio medewerkster Marlous Lazal, die nu kort luidt " Einde van een tijdperk en hopelijk nog begin van iets nieuws", maar kort na plaatsing langer was, onder andere over haar teleurstelling dit hier te vernemen na 12 jaar medewerkster te zijn geweest (dit schrappen zonder het te vermelden is - helaas - gebruikelijk bij het BD, ik vind het ook een voorbeeld van de slijmerigheid van het BD).

Aan het eind van het artikel in het BD zegt Maurice: ‘ We gaan het nieuwe programma op een wijze maken, met een presentator die vanuit zijn of haar boeddhistische hart het gesprek aangaat en ook zaken uit het eigen leven durft te benoemen, dat luisteraars het gevoel krijgen dat het speciaal voor hem of haar gemaakt is. Dat je nog even in de auto blijft zitten om het eind te willen horen ’.
Hier word ik eerlijk gezegd niet goed van, vooral dat 'uit het hart', net zo als het 'van mens tot mens '. De as van de historische Boeddha zou zich in z'n urn omdraaien als hij dit hoorde. Hij had het immers vooral over 'het lijden en het einde van het lijden', en dat is andere koek.

Steeds meer mensen zullen dit program niet 's nachts van twaalf tot half één volgen (dan slaapt een fatsoenlijk boeddhist) maar een van de dagen erna via de podcast. Het gevoelige middagnacht toontje is dan ook helemaal niet nodig. En dan nog, een boeddhistische omroep mag toch wel laten merken dat ze anders is?

Tot slot: na december 2015 verdwijnt de BOS uit de ether. Als ik iets lees over wat ze vanaf 2016 willen gaan doen, dan lijkt het impliciet steeds om de televisie te gaan.
Continueren van ‘De Nachtgast’ na december 2015 zie ik niet gebeuren; het is toekomstloos.
Terwijl ik had gehoopt dat men zich zou richten op het maken van podcasts, in combinatie met een website. Zoals de graag door mij beluisterde en (gelezen) 'Buddhist Geeks ' en de 'Secular Buddhist Association '. Samen met bloggers en andere vrijwilligers, was mijn voorstel.
Ik zie absoluut niet hoe de nieuwe voor komend seizoen aangekondigde formule anticipeert op een omroepmiddelen-loze toekomst van een boeddhistische radio.

zaterdag 10 mei 2014

De boeddhistische leraar, noodzakelijk, maar ook tussen leerling en Dharma; en schaduwkanten

Onderstaande tekst heb ik voor een deel uitgesproken tijdens het symposium op 8 mei over de leraar-leerling verhouding, georganiseerd door Milinda.
Waarom ik slechts een deel uitgesproken heb en over de ambiance die avond schrijf ik onderaan nog wat.

=====================================================================

De werktitel die ik zelf de afgelopen weken aan dit praatje van heb gegeven, is:
transport, tranen en transcendentie .
Met een knipoog naar de titel van het boek van Nico, toch de aanleiding tot dit symposium (dit woord betekent: geleerd gesprek; daaraan probeer ik me te houden, evenals aan het kwartier spreektijd.)

– Die 'transcendentie' van Nico deel ik: boeddhisme is meer dan een levensfilosofie; niet alleen omdat het ook over de dood gaat, maar vooral ook over zingeving, in laatste instantie een niet-rationeel gebeuren.
Devotie is ook een aspect van de beoefening, zelfs al is men zich er niet van bewust (alleen, vooruitlopend op de rest van mijn verhaal: niet zozeer devotie richting leraar)
– Het 'transport' heeft betrekking op het Edele Achtvoudige Pad dat de beoefenaar gaat; 'traject' is wellicht een nog betere term.
– En 'tranen' gaat over de schaduwzijden van de leerling-leraar verhouding; daarover gaat het tweede deel van m'n praatje. Eigenlijk: over de manifeste schaduwzijden, over de latente heb ik al al eerder.

Leerling en leraar lijkt me een betere titel dan omgekeerd; het gaat toch om de leerling, de leraar is middel.
Men kan zeggen een leraar heeft een leerling nodig om leraar te zijn.
Andersom heeft een leerling géén leraar nodig om leerling te zijn, 'leerling' als reiziger op het Pad .
Dit sluit aan bij een definitie die Stephen Batchelor ooit gegeven heeft: een leraar is iemand die leerlingen heeft, punt.
Het leraar is middel, zei ik: het doel is de bevrijding, het Ontwaken, de Verlichting, het Bodhisattva-schap, van de individu die men aan het begin van zijn of haar spirituele carrière 'leerling' noemt.

'Bij zen is de verhouding leraar-leerling een heel bijzondere', wordt in de aankondiging gezegd; ik houd echter een breder boeddhistisch verhaal, niet alleen over Zen en niet alleen het (positief) bijzondere, ook de schaduwkanten van het leraar zijn.
Eerst echter stel ik de vraag of Zen ook boeddhisme is n.a.v. een recent artikel van Edel Maex, dat eigenlijk de vraag inhield of Zen een religie is.
Antwoord van mij en waarschijnlijk ook door Nico op beide vragen: ja
Gelukkig maar, want als Zen of een Zen-beoefenaar zicht niet als boeddhistisch beschouwt, dan is een discussie over de leraar, zoals ik me die voorstel, niet mogelijk. Want dan zou men over mijn 'boeddhistische meetlat' kunnen zeggen: bemoei je met je eigen zaken.
We moeten er dus vanavond van uit gaan dat Zen, Theravada en Tibetaans boeddhisme iets gemeenschappelijks hebben; bv ten aanzien van de leerling-leraar-verhouding,

Een leraar is zeker nodig, voor nieuwe Westerse boeddhisten. Voor een jaar of zo.
Later ook nog wel kalyana mitta (Pali vorm) of mitra (Sanskriet) nuttig.
Naast de vraag hoe lang een leerling de leraar nodig heeft, is er de vraag: hoe diep?
Hoe persoonlijk ook?

Waarom moet die relatie DIEP zijn, persoonlijk, vergelijkbaar met die van de therapeut-client (de ouderwetse, psychoanalytisch angehauchte therapeut dan, bij gedragstherapeut ligt het anders) ?
Vanuit de leerling gezien is de vraag: wanneer gaat het 'bewonderen' van de leraar over in het 'vereren'?
Het 'bewonderen' zie ik daarbij als noodzakelijk in het groeiproces, als heilzaam dus. Het 'vereren', het 'verheerlijken' echter is in mijn benadering onheilzaam; want het betekent stagnatie, er gebeurt niets meer in het spirituele proces.

Het gaat vandaag eigenlijk niet om de leraar. Het gaat om de leerling. Of zou daar om moeten gaan.
Om de vraag: hoe moet je starten op je boeddhistische pad, bv hoe kies je een leraar (if any)?
En om de vraag: waarom blijf je alsmaar bij je leraar, ben je nou nog steeds niet volwassen?
Verleden jaar heb ik een zeer nuttige Duitse notitie hierover vertaald:
Heilzame en onheilzame structuren van groepen. (Zie hier )
Het wordt door de Deutsche Buddhistische Union een leidraad genoemd, die als doel heeft om de mensen hulp en ondersteuning te geven die hun lidmaatschap van boeddhistische of andere groeperingen nog eens kritisch willen overwegen.
Jammer dat de BUN dit niet van haar Duitse zusterorganisatie heeft overgenomen; maar ja ….

Een paar van de vragen die een beoefenaar (leerling dus) zichzelf kan stellen:
* Heb ik de indruk dat ik de groep net zo makkelijk kan verlaten als toen ik er binnenkwam?
* Heb ik de vrije keuze om contacten binnen en buiten de groep te onderhouden?
* Kan ik bekritiseren zonder te worden gediscrimineerd of veroordeeld?
* Zijn er contacten en uitwisselingen met andere groepen en leraren?
* Is er een bevestiging door andere erkende leraren?
* Ontstaat er afhankelijkheden in de relatie tussen leraar en leerling?
* Is er financiële transparantie in de organisatie?
* Heb ik mijn financiële onafhankelijkheid weggegeven?
* Geef ik meer uit (aan de groep) dan in mijn omstandigheden verstandig is?
* Worden optredende schuldgevoelens gebruikt of zelfs versterkt; of wordt
   er hulp geboden in het overwinnen ervan?
* Is er sprake van laster, verkeerde informatie of minachting voor critici,

   andersdenkenden of andere groepen, leraren of tradities?


De conclusie luidt, ik citeer nog steeds:
“Heilzame structuren worden gekenmerkt door openheid, ook voor vragen en kritiek.
Leerlingen hebben in zulke structuren ruimte om eigen en ook afwijkende meningen te uiten.
Zij kunnen het geleerde door eigen studie toetsen.
Het staat hen vrij de groep of de leraar op elk door hen gekozen moment te verlaten.
”


Wat zeggen de oude geschriften, bv de Maha Parinibbana Sutta over de laatste weken uit het leven van de Boeddha, die tegen een verdrietige Ananda spreekt:

"En zij, Ananda, die nu leven of zij die leven wanneer ik ben heengegaan, als zij als een eiland voor zichzelf zijn, als zij een toevlucht voor zichzelf zijn, en geen andere toevlucht zoeken; diegenen die de Dhamma als hun eiland en toevlucht hebben en geen andere toevlucht zoeken; zij zijn het die het hoogste zullen bereiken indien zij verlangend zijn om te leren."
en
"En de Heer zei tegen de Eerwaarde Ananda: "Het kan zijn, Ananda, dat in sommigen van jullie de gedachte opkomt: 'De instructies van de Meester zijn er niet meer; wij hebben geen Leraar meer.' Maar zo, Ananda, moet dat niet worden gezien. Want, Ananda, dat wat ik verkondigd heb en bekend gemaakt heb als de Dhamma en de Discipline, dat zal jullie Leraar zijn nadat ik ben heengegaan."

In feite ondermijnt deze sutta-tekst de lineage-mythe, de 'transmissie' dus waar Nico het over heeft.


En dan de Drievoudige Toevlucht; een ander wezenlijk onderdeel van het 'Boeddhist zijn', ook van de zen-beoefenaar neem ik aan: in de Boeddha, de Dharma/Dhamma en in de Sangha.
Mijn stellige indruk is dat in het Mahayana in de loop der eeuwen de toevlucht in Dharma en Sangha is verschoven naar toevlucht tot (in) de leraar.
Bij het Tibetaanse (tantrische) boeddhisme is het toevlucht nemen tot de leraar met de 'guru-devotie' helemaal in de plaats gekomen van de drievoudige toevlucht .

Vergelijking van de leerling-leraar verhouding naar andere niet-symmetrische relaties; bv
* cliënt/patiënt met therapeut in de psychotherapie
* de route leerling – gezel – meester in het gilde-model
* leerling en leraar in de zin van onderwijzer
* vroedvrouw, of vroedman zoals een Zennie schreef, maar dan zonder claim op jaren nazorg
* de tomtom en de reiziger (transport, weet u wel: het achtvoudige pad van de leerling)

Het psychotherapie-model – ik heb het net al gezegd en herhaal het graag – is bruikbaar ten behoeve van de vraag: hoe 'diep' moet de relatie leerling-leraar in het boeddhisme zijn?
Hoe 'persoonlijk' moet de involvering in elkaar zijn? Het niveau van de psychoanalyse of het niveau van gedragstherapie bv?
Wat is bij het antwoord op die vraag bepalend: het argument van de traditie of het argument van de effectiviteit van de methode?
Merkwaardig genoeg lees ik dit soort vragen nooit, terwijl veel boeddhisten toch de mond vol hebben van het verenigbaar zijn van boeddhisme en wetenschap. En dit is dus sociale wetenschap.
Ter verkoming van misverstand: ik maak alleen een vergelijking, therapie is wat anders!


Eigenlijk ben ik voor het gilde-model:
Er is de meester, er is de gezel en er is de leerling
Je begint als leerling, na een paar jaar ben je gezel; en weer na een paar jaar ben je meester, d.w.z. kan en mag je zelfstandig werken.
Een paar jaar, langer niet.
Natuurlijk ben je dan (in de meeste gevallen) nog niet 'ontwaakt', nog niet 'verlicht', iets wat trouwens in de diverse boeddhistische tradities heel verschillende betekenissen wordt gegeven. Maar je moet het verder zelf doen. Collegiaal overleg met anderen, kalyana mitta's, blijft daarbij zeer nuttig, ook met de ex-leraren, dan wel in een horizontale relatie waarbij het helemaal niet moeilijk is te onderkennen dat die ander mogelijk verder is op het boeddhistische pad.


Over de term 'kalyana mitta/mitra', 'de spirituele vriend' .
Daarover heb ik me, toen ik me op vandaag voorbereidde, een heel interessant artikel gelezen van de Italiaanse boeddholoog Francesco Sferra over The Role of the kalyanamitra .
Sferra gaat in dit artikel per boeddhistische traditie na wat er over deze functie wordt gezegd.
In de vroege boeddhistische teksten komt de term kalyanamitta regelmatig voor. Met een vrij losse, wat variërende betekenis. Soms algemeen 'goed mens' of 'goede vriend', soms specifieker: meditatie-instructeur, senior-monnik die meer weet en wijzer is. Het is een functie die in principe iedereen in de sangha kan vervullen, op zijn beurt (of haar beurt).
In de Mahayana bleef dit deels nog zo, maar er ontstond in de loop van de eeuwen steeds meer het accent op de functie door één persoon, de leraar dus. Sferra benadrukt dat in deze teksten dat kalyanamitra als schaars iemand wordt beschreven: weinigen kunnen het. De functie is dan geëvalueerd naar de spirituele gids.
In het Tibetaanse, het Tantrische boeddhisme, komt de term weinig voor, af en toe als synoniem van guru, voortgekomen uit het Hindoeistische Tantrisme.


Ik kan me het best vinden in een uitspraak van Buddhadasa Bhikkhu, de Thaise monnik die niet steeds gewaardeerd werd door het boeddhistische establisment van zijn land. Ik citeer ( door mij vertaald ):
" En dan is er wat ze noemen de "acariya (leraar, de meester)".
Maar in werkelijkheid spreken ze zelfs in de oude trainingssystemen niet vaak over de “acariya”.
Zij noemen zo'n persoon de “goede vriend (kalayana-mitta)”. Een “vriend” is een adviseur,
die met bepaalde dingen kan helpen.
We moeten echter niet het principe vergeten dat niemand in directe zin iemand kan helpen.
Vandaag de dag wil iedereen een leraar hebben om hem of haar te supersviseren!.
Een “goede vriend” is iemand met intensieve persoonlijke ervaring en kennis over de
meditatie-praktijk. Alhoewel hij in staat is om vragen te beantwoorden en moeilijkheden
te bespreken is het niet nodig dat hij steeds naast ons zit en elke ademhaling superviseert
.”


Als samenvatting van het eerste deel van m'n inleiding
- een jaar een leraar is nodig;
- een paar jaar is nuttig;
- daarna kan beoefenen met spirituele vriend of in leraarloze groep prima;
  levenslange afhankelijkheid echter van de leraar is ongewenst en onvolwassen.

Natuurlijk ben je na een jaar niet 'klaar'; dat zou naïef zijn zoals iemand mij in de voorbereiding op dit symposium verweet. Maar wel ver genoeg om op eigen benen te staan, met steun van en samen met wat vrienden. Kalyana mitta's waarmee ik het ook oneens kan zijn; wat bij Aziatische leraren ondenkbaar is.
Zo ben ik het niet eens met degenen bij wie ik mediteer over het belang van de samatha-meditatie en het bereiken van jhana's (u weet wel, de term waar het woord 'Zen' vandaan komt); ik acht dat van groot belang, zij vinden de beoefening van alleen vipassana de beste weg.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Tweede deel: de schaduwkant van het boeddhistisch leraarschap

Die schaduwkanten zijn er ook; de latente problemen in de leerling-leraar relatie kunnen manifest worden.
Gevaar van leraar:
- de grote afhankelijkheid, zoals al in eerste deel genoemd; psychologische afhankelijkheid
   dus, die de groei van de beoefenaar bemoeilijkt
- misbruik (seksueel, financieel)
Het eerste gebeurt min of meer regelmatig;
het tweede gebeurt in klein percentage maar als het gebeurt, is het ernstig.
In Nederland is er geen zelfreinigend vermogen van fout boeddhisme. Men durft niets van elkaar te zeggen, niets van Rients Ritskes bijvoorbeeld of van Genpo, van Dhammawiranatha, van Mattioli, en ook niet van Sogyal Rinpoche.

Een paar maanden geleden kreeg ik een mail van een in Birma wonende monnik (Bhante Dhammaka) ; één van zijn boeken was van het Engels naar het Nederlands vertaald door de uitgeverij van Dhammawiranata (titel: '365 Uitspraken van de Boeddha') . Nadat hij toestemming had gegeven voor die vertaling had hij nooit meer iets gehoord, alleen vage geruchten. Ik heb hem geschreven wat ik wist, heel voorzichtig.
Tja, was de reactie vanuit Birma: als er met een monnik iets mis is, gaat het bijna altijd om seks of om geld, en bij deze heer betreft het kennelijk beide zaken.

Het gaat kennelijk in alle tradities wel mis; meer dan men wil weten,
Zeker in Nederland is de mantel der liefde heel breed:
* In Theravada zoals boven blijkt, met Dhammawiranatha
* En bij Zen (Genpo, bij de hier aanwezigen ook bekend) en in VS wonende Japanners Eido Shimano en Josju Sasaki.
* En in Tibetaans boeddhisme (Trungpa, van de crazy wisdom) en ook de binnenkort weer naar Nederland komende Sogyal Rinpoche. In de pers en op Youtube zijn diverse getuigenissen van door hem misbruikte vrouwen te vinden; maar in Nederland is daarover niets te vinden, behalve een blog van Ron Sinnige van een paar jaar geleden. Afgelopen week heeft de site van *OpenBoeddhisme* in een serie over de Dalai Lama een aantal nooit aan hem gestelde vragen geformuleerd.

En in de sector geld (d.w.z. veel geld durven vragen voor nepcursussen) en gedoe met titels noem ik nog maar eens Rients Ritskes.
Of om de Thaise organisatie Dhammakaya die ook in Europa tempels heeft; die in Nederland heeft maar kort bestaan; ik ben een paar dagen in de tempel van ze in België geweest en kon ervaren hoe sterk ze de leken die de tempel bezochten, probeerden geld af te troggelen.

Als het om geld gaat, ben ik geneigd om te denken: kwalijk maar ook dom om zo makkelijk te geven; maar bij seks, ontucht dus, ligt anders.
Algemene morele regel (van mij) :
Overal waar sprake is van afhankelijkheid, van een afhankelijkheidsrelatie, daar is seks niet toegestaan.
Niet bij de psychotherapeut, niet bij de leraar, niet met kinderen, niet bij de geestelijk verzorger etc.
Lees maar eens wat Irving Yalom, schrijver van onder andere Nietzsches Tranen, over seks in de therapeutische relatie schrijft; hij keurt het onverkort af.

Wat is tegen fout gedrag van een leraar, of risico's daarop, te doen?
Afdoende is niets, er is menselijk tekort, er is naast een Boeddha-Natuur die mensen kennelijk hebben ook een Mara-Natuur (onze geneigdheid tot het kwaad zoals ik in m'n jeugd leerde en nog steeds niet ben afgeleerd). Maar wel iets, ik noem vier punten:
* Meer moed in de boeddhistische gemeenschap, daar ontbreekt het nu aan. Eén van de
   weinigen die die moed wel heeft gehad, is Joanne Halifax geweest, met haar open brief.
* Het voor boeddhistische leraren, geestelijk verzorgers en vrijwilligers die werken
   met financiën, een 'Verklaring Omtrent het Gedrag' (afgekort als VOG) verplicht stellen.
  Dit geïnspireerd door het besluit van de R.K. Kerk, dit per 1 januari 2014 voor priesters,
  diakens, pastoraal werkers, religieuzen en bepaalde vrijwilligers verplicht te stellen.
  De aanleiding lijkt me duidelijk. We mogen niet aannemen dat boeddhisten moreel
  superieur t.o.v. katholieken zijn. (Zie hier )
* Een soort consumentenorganisatie van boeddhisten, algemener:
  consumentenfunctie van een op te richten vereniging van boeddhisten,
  nadat de BUN zich heeft afgeheven; met die 'Leidraad'
* En boeddhistische journalistiek, door de BOS-televisie altijd verwaarloosd;
  misschien moet BoeddhaMagazine toch maar blijven?

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Ik had vooraf de andere inleiders een paar vragen gesteld. Die ga ik hier niet herhalen. Eentje wel, aan André geadresseerd; in iets andere bewoordingen, een onderzoeksvoorstel als samenvatting.
  Er is de theorie (in bv Zen maar nog heftiger in Vajrayana met hun guru-devotie) dat een diepe intensieve relatie leraar-leerling noodzakelijk is;
  En er is de theorie die ik een beetje Theravada-achtig noem van minder diep, minder persoonlijk, uitwisselbaar. (Ik denk dat mijn model effectiever omdat er één gehechtheid minder is waarvan de beoefenaar zich los moet maken, voordat verlichting mogelijk is: de gehechtheid aan de leraar. )
Er zou onderzoek gedaan kunnen worden op gedragswetenschappelijke manier; welk van de twee methoden het beste werkt, bv het hoogste percentage bodhisattva's of arhats of grote verlichtingservaringen oplevert; bijvoorbeeld na één, na drie en na vijf jaar.
Kan dat? Minstens als gedachtenexperiment? Rare gedachte, zo'n onderzoek?
Waarom? We zijn toch voor upaya, voor skilful means? Voor wat werkt?


Tot slot een citaat van Mu Soeng, voormalig directeur van de Insight Meditation Society en ex monnik in de Koreaanse Zen. Ik citeer uit de vertaling van de St. Vrienden van het Boeddhisme:
“... in de VS lijkt het wel of iedereen zo snel mogelijk leraar wil worden.
Vervolgens begint de strijd om de student – centra, boeken, mediabereik –
en dit gaat ten koste van de zuiverheid van de motivatie.
Vroeger werd je monnik en bleef je vijftig jaar monnik zonder te talen naar
leraarschap. Van de 10.000 monniken werd er misschien één leraar.
Tegenwoordig wordt één op de tien studenten leraar
.”
Ik moest toen ik dat las, wel aan al die leraren van Zen.Nl denken.

======================================================================

Dit heb ik maar deels uit kunnen spreken, omdat de gespreksleidster (Annemiek Schrijver, een Sogyal-adept) me weinig subtiel afhamerde voor ik aan het tweede deel kon beginnen.
Dat was een beetje mijn schuld omdat m'n inleiding te lang was.
Maar ook omdat zij duidelijk (bleek later in de discussie) niets van de schaduwkant van het leraar-zijn wilde weten.

Bevorderlijk voor m'n concentratie was ook niet dat de spreekster voor me de lachers op haar hand had met het verhaal over haar seksuele gevoelens voor haar guru destijds; met de slotvraag op hilarische toon van de gespreksleidster: 'En, ben je met nou hem naar bed geweest?'

Verder ben ik waarschijnlijk ook niet zo'n goed spreker in het openbaar en schrijf ik liever.
Eén voorbeeld van de ambiance die avond: het ging over devotie; dat is iets waar ik ook mee bezig ben, maar bijna iedereen bleek devotie richting leraar te bedoelen; en ik dus niet.

Maar goed, het boek van Nico ga ik wel alsnog lezen: 'Transmissie en transcendentie; Bespiegelingen over inwijding, leraar en leerling '

woensdag 7 mei 2014

Niet naar de Dalai Lama; en niet-beantwoorde vragen aan hem, die weinigen durven te stellen

In februari schreef ik de blogtekst 'waarom-ik-niet-naar-de-dalai-lama-ga ' .
De kans dat ik toch zo gaan, hield ik open; alleen om mezelf niet onnodig vast te leggen.
Maar nu weet ik het zeker: ik ga zondag de 11e mei iets anders doen, ondanks de publiciteitsmachine die rond dit bezoek op gang is gekomen, of misschien juist wel daardoor.
Als ik Protestant Christen was, zou ik ook niet aan een bezoek van de (roomse) Paus aan Nederland meedoen.

De afgelopen weken heb ik op een discussieforum in LinkedIn (waarin ik destijds in een bericht verwees naar mijn blog) twee commentaren geplaatst. Die citeer ik hier.

"Een heel ander aspect dan dat van m'n eigen motieven bij het bezoek van het bezoek van de Dalai Lama aan Nederland betreft de vraag of (een lid van) de regering hem moet ontvangen.
Ik vind dat minister Timmermans gelijk heeft als hij de Dalai Lama alleen wil ontmoeten als geestelijk leider van (Gelugpa-)boeddhisten en NIET als vertegenwoordiger van het Tibetaanse volk.
Dat vind ik omdat ik grote waarde hecht aan de SCHEIDING VAN KERK EN STAAT, waar ook ter wereld. En dus niet uit angst voor Chinese economische sancties.
"     (vier weken geleden)

en:
Voor degene die het komend weekend naar Rotterdam gaat, maar ook verder voor ieder die meer over de Dalai Lama wil weten, een uitgebreid achtergrondartikel in *OpenBoeddhisme*.
www.robhogendoorn.nl/portfolio/de-dalai-lama-in-nederland-meer-geliefd-dan-gekend/ .
Geschreven door Rob Hogendoorn, die als toelichting er op zijn website o.a. over schrijft:

"Ik ben boeddhist. Dat wil zeggen: ik ben een in Rotterdam geboren Nederlander die probeert toe te passen en voor te leven wat hem door andere boeddhisten wordt verteld en voorgeleefd. In mijn geval zijn dat vooral Tibetanen. De dalai lama, Samdhong Rinpoche, Dagpo Rinpoche, en anderen. Ik heb hen allen persoonlijk ontmoet. Het zijn geen bang aangelegde mannen. Ze hebben de gewoonte te zeggen wat gezegd moet worden, ook als dit voor degene die het moet aanhoren minder prettig is.
....
Binnenkort (10-12 mei 2014) bezoekt de dalai lama (78) Nederland. Zijn bezoek wordt zorgvuldig voorbereid door goedwillende, hardwerkende vrijwilligers. Maar die voorbereiding komt vooral neer op voorkoken. Het bezoek wordt geregisseerd—alsof het een belangrijk optreden is. De dalai lama heeft een eigen politiek-religieuze agenda, en daarvan mag niet teveel worden afgeweken. Ik begrijp dat: zijn raison d’être ís het lot van het Tibetaanse volk. En dat is een wreed lot, dat aandacht verdient.
Maar dit betekent niet dat met de dalai lama niet over andere zaken gesproken mag worden. Over geweld, macht en seks, bijvoorbeeld, en over de misdragingen van Tibetaanse geestelijken.
Ik weet niet welke media-optredens zijn ingeroosterd. Maar ik verwacht niet dat deze onderwerpen tijdens het komende bezoek van de dalai lama spontaan aan bod zullen komen. Dat is niet terecht, en ik vind dat daaraan iets moet gebeuren: de dalai lama is niet alleen verantwoordelijk voor het Tibetaanse volk, maar ook voor Nederlanders die zich door hem laten overtuigen boeddhist te worden. Zijn eigen houding en gedrag roepen vragen op, net als die van andere Tibetaanse geestelijken. Over enkele dagen is hij hier en kan hij deze vragen rechtstreeks beantwoorden, ‘fair and square’. Misschien wel voor het laatst.
"    (afgelopen week)


Update 9 mei
Zie ook http://openboeddhisme.nl/vreedzaam-lawaai-shugden-aanhang-rotterdam/

maandag 5 mei 2014

Boeddhistische zending, toen en nu

Een paar dagen geleden schreef ik in m'n blog over de Zijderoute-tentoonstelling dat ik me er weer sterker bewust van was geworden dat het boeddhisme al vanaf het ontstaan actief met zending bedrijven heeft beziggehouden. Zie m'n blog van 1 mei .
Op deze constatering hier een vervolg.

In het Westen is er meestal het beeld dat boeddhisten niet proberen anderen te bekeren, dus geen zending of missie bedrijven. Iemand als de Dalai Lama versterkt dat beeld en zegt (mogelijk met een Tibetaans belang in het achterhoofd) dat het ook niet nodig is dat een Westerling boeddhist wordt.
De Boeddha heeft - zo blijkt uit teksten in de Pali Canon - zijn monniken gestimuleerd er op uit te trekken, zodra hun kennis van de Dhamma diep genoeg was. Niet alleen om een thuisloos zwervend bestaan te leiden. Maar vooral ook om - alleen of in groepsverband - de leer van de Boeddha te verspreiden.
En dat hebben ze gedaan, ook langs de Zijde Routes. Eerst vooral het 'vroege boeddhisme' (wat we nu Theravada noemen) en later vooral Mahayana.

Het is niet alleen naar China gebracht. Maar ook - en dat had ik me niet goed gerealiseerd - onderweg in de duizenden kilometers tussen (de centra van)India en China. Honderden tempels staan (of stonden: vernietigd of onder woestijnzand verdwenen) in steden op de Zijde Routes. Opgericht door monniken en gedoneerd door boeddhistische handelslui. Niet alleen voor zichzelf dus maar ook om de Leer (de Dhamma) te brengen; en met behoorlijk wat succes. Ze brachten tegelijk welvaart en boeddhisme.

Ook wel naar het Westen trouwens vanuit India gezien: naar Iran (Perzië) en verder; maar daar weet ik nog minder van.
'Boeddhisme' in de vorm van tempelvoorwerpen (beelden en zo) maar ook in de vorm van teksten op rollen, die pelgrims meestal wel bij zich hadden.

Hierop zijn twee reacties denkbaar :
* Boeddhisten zijn niet veel 'beter' dan Christenen of Moslims die hun religies

   verspreiden, niet alleen door kracht van argumenten; ook wel met wapens,
   geld en het inpalmen van lokale heersers.
* Maar ook: we hoeven - nu en hier - niet zo bescheiden te zijn, het is best

   toegestaan te proberen anderen van de waarde van het Boeddhisme te overtuigen.

======================================================================

Een paar websites over 'buddhist missonary ':

Buddhist Missionaries   door Ven. Dhammananda. Een beetje een brave tekst.

Tibetan Buddhism in France: A Missionary Religion?   door Lionel Obadia
Hieruit: " Concluding Remarks
The spread of Tibetan Buddhism is an important aspect of the global dissemination of Buddhist ideas, themes, and practices. It also contributes to the propagation of Buddhist institutions, which play key roles in the preservation of the Dharma and are the basis for the reproduction of the traditional model of religious transmission and for the structuring of religious life for both Asians and converts.
Is missionary expansion specific to Tibetan Buddhism in France? The above-mentioned phenomena and processes can be observed in other countries that have welcomed Buddhism. Therefore, the "missionary hypothesis" presents one interesting key to understanding the worldwide spread of Buddhism because it offers an explanation of diffusion processes beyond localized contexts.
However, the missionary hypothesis does not allow us to predict the future of Buddhism in the West. The scope of this article does not allow me to address the issue of transplantation and strategies of accommodation. Until now, it has been almost identical to the "processive modes" described by Baumann (1994). Despite the apparently deep rooting of Tibetan Buddhism in France, its progress and maintenance depend upon demographic factors, the tolerance of the host society, and the opportunity to become a "customary" religion for present and future followers.
"

Buddhist Missionaries in the Era of Globalization ; Editor: Linda Learman
De beschrijving (door de uitgever van dit boek) is voor mij behoorlijk overtuigend:
" This ... dispels the common notion that Buddhism is not a missionary religion by revealing Asian Buddhists as active agents in the propagation of their faith. It presents at the same time a new framework with which to study missionary activity in both Buddhist and other religious traditions. Included are case studies of Theravada, Chinese, and Tibetan Buddhist teachers and congregations, as well as the Pure Land, Shingon, Zen, and Soka Gakkai traditions of Japan.
Contributors examine both foreign and domestic missions and the activities of emigrant communities, showing the resources and strategies garnered by late-nineteenth- and twentieth-century Buddhists who worked to uphold and further their respective traditions, often under difficult circumstances. Based on anthropological fieldwork and historical research, the essays break new ground and provide better analytical tools for studying mission activity than previously available. They provide instructive comparisons with Anglo-American Protestant missionary thinking and offer insights into the internal dynamics of Sri Lankan and Japanese missions as they make their way in Protestant and Catholic societies. Also included are nuanced studies of two major missionary figures in late twentieth-century Chinese Buddhism and a fascinating look at the present Dalai Lama’s relationships with his devotees and the American government, viewed through an exposition of the abiding tradition within Tibetan Buddhism that combines mission activity with the political goals of exiled lamas.
"   Zie ook de Introduction door Learman.

Het hele boek geredigeerd door Linda Learman is te downloaden via http://scholarspace.manoa.hawaii.edu/bitstream/handle/10125/23072/%2336_Learman.pdf
In haar 'Introduction' citeert ze een uitspraak van de historische Boeddha uit de Pali Canon (ik heb de bron helaas niet kunnen vinden):
" Wander about on wanderings [caricam], monks. For the good of many folk, for the happiness of many folk, out of compassion for the world, for the good and happiness of gods and men, don't two of you go by one [road]. Preach the dharma, monks, which is lovely at the beginning, lovely in the middle, lovely at the end, in meaning and sound. Demonstrate the purified celibate life which is fully complete. There are beings with little dust in their eyes; they are falling away from the dharma for not hearing it. There will be people who understand, monks. "
Vervolgens vermeldt ze dat in de bekende (Mahayana) Lotus Sutra op tal van plekken de lezer ervan wordt aangemoedigd de inhoud van deze Lotus Sutra hardop naar anderen toe te reciteren, teneinde hen ook van de betekenis ervan te overtuigen.

Vervolgens gaat ze in op het thema evangeliserende versus niet-evangeliserende religies en concluseert dat het boeddhismne ten onrechte soms in de tweede categorie wordt geplaatst.
Ze onderscheidt drie vormen van missionerend werk: "domistic revivals, support for diaspora communities, and foreign conversions ". In de diverse hoofdstukken worden voorbeelden van alle drie de vormen in detail beschreven.
Haar conclusie: de vorm die het huidige globaliserende boeddhisme heeft aangenomen, is gestimuleerd door het globaliserende evangeliserende Christendom.


Ook in Nederland proberen boeddhistische organisaties anderen tot hun vorm van boeddhisme te brengen. Dit is moeilijk helder in kaart te krijgen omdat het meestal (Sokai Gakai is de uitzondering) verhuld wordt gedaan. En het ontkend wordt. Of veralgemeend wordt in de trant van: Je hoeft (als boeddhist) anderen niet ook tot het boeddhisme te brengen, je kan het ook eenvouddig voorleven.
Ik ben er nog niet uit wat het beste is; ik kan wel zeggen 'niet zo bescheiden', maar ik heb ook niet de behoefte anderen (bv familieleden) tot het boeddhisme te brengen.


maandag 14 april 2014

Thuisloos leven in de bekendheid

Het thuisloos leven krijgt nogal wat aandacht de laatste tijd.
Zeker als er publiciteit bij komt, speelt altijd het element van 'het voorbeeld zijn' mee.
Daardoor ben ik me af gaan vragen: hoe zou het zijn, een geheel thuisloze samenleving?
Om te beginnen zouden steeds meer mensen en op het laatst iedereen zijn of haar huis wegdoen. Of dat proberen, want wie koopt er nu nog een huis als ie binnenkort zelf ook thuisloos wil zijn? De huizenprijs stort in en daarmee smelten de spaarcenten van de aanstaande thuisloze weg.

Er gebeuren nog andere erge dingen:
Niemand lijkt meer bereid dingen te doen op één plaats, niet-zwervende dingen zoals in een ziekenhuis werken, of in een bakkerij.
Als iedereen (die er toe doet) thuisloos is, dan besteed de publiciteit er ook geen aandacht aan. Dan wordt het echt afzien: geen thuis en geen publiciteit.

En dan de spirituele kant er van.
De droom, het verhaal, dat de moderne spirituele thuisloze voortstuwt is niet de Westerse van een soort Swiebertje die met een knapzak als deugniet van de ene keuken naar de andere trekt. De droom is die van de (Oosterse) Cherubinischer Wandersman, de ultieme wijze die vrij is van alle banden.

Nu heb ik (weliswaar kort, tijdens mijn burgerlijke vakanties) veel backpackers meegemaakt die die levenswijze maanden of jaren lang hadden. En verheven was het niet. De gespreksonderwerpen waren bijna altijd: waar moet je (toeristisch) zijn in dat en dat land, hoe kom je daar het makkelijkst, waar zijn de goedkope slaapplekken, waar zijn de leuke winkeltjes en kroegen, waar de spectaculaire gebeurtenissen. Filosofische of spirituele onderwerpen kwamen weinig aan de orde.

Ik ben al jaren stevig en hevig met het boeddhisme bezig, probeer zogezegd boeddhist te zijn, waarbij ik me dan toevallig vooral door de Theravada aangesproken voel. De voorbeelden van de (Aziatische) monniken spreken me wel aan. Of 'voorbeelden'? Verhalen, fantasieën zijn het grotendeels. Theravada-monniken trekken weliswaar soms van klooster naar klooster maar leven in feite toch behoorlijk op één plaats.
Ik heb wel serieus overwogen, monnik te worden, maar naast de problemen die ik voorzag met de discipline (de vinaya), betwijfelde ik of ik daar sneller zou 'Ontwaken' dan als pensionado hier. En geëngageerd kan ik ook zijn met een huis, en familie.

Want er is nog iets anders dat me doet aarzelen of een thuisloze samenleving kans maakt, naast de economische vraagtekens en het verpauperingsrisico: mensen (veel tenminste) hebben de neiging met z'n tweeën samen te zijn en zelfs om een gezin te stichten. Thuisloze kinderen: het is voorstelbaar maar volgens mij gaat dat niet. Gaat het niet dus.

Is dit betoog een pleidooi ergens voor?
Misschien vooral voor de saaiheid.

=================================================================

Update 16 april
Voor de geschiedschrijving; ik doel met bovengenoemde 'aandacht' op radio- en televisieprogramma's van de BOS over een thuisloze, tevens 'Bekend Boeddhist':
http://bosrtv.nl/uitzending.aspx?lIntEntityId=1718&lIntType=1&lIntYear=2014 en
http://bosrtv.nl/uitzending.aspx?lIntEntityId=1700&lIntType=0&lIntYear=2014

dinsdag 8 april 2014

Verbinden of de kunst van langs elkaar heen leven; tegelijk atheïst èn boeddhist zijn: dual belonging niet alleen voor christenen - Een artikel voor 'NieuwWij'

'Nieuwwij ' is een nu vijf jaar bestaande website die als missie heeft:
"Hoe ziet een samenleving eruit waarin alle Nederlanders zich thuis kunnen voelen, ongeacht hun verschil in afkomst en levensovertuiging? Welke ingrediënten horen in een nieuw W!J dat mensen met elkaar verbindt en onderlinge verschillen vruchtbaar maakt?
Op deze site vindt u geen kant en klaar recept voor een nieuw W!J, wel veel inspirerende ideeën, gesprekken, informatie en meningen over wat daarvoor nodig is. We vragen het aan mensen op straat, in buurten, aan jongeren, aan laag- en hooggeleerden, aan bekende en minder bekende Nederlanders. Mensen en hun initiatieven, waarvan je niet wist dat ze bestonden, komen in beeld. En ook diegenen die sceptisch tegenover een nieuw W!J staan, krijgen een stem
." (bron )

M'n artikel
Na overleg met de redactie van de site www.nieuwwij.nl/ heb ik een artikel geschreven met als titel 'Verbinden of stromen; wat gedachten van een boeddhist '.
De inhoud spreekt voor zichzelf, de aanleiding was lichte irritatie over de inhoud van deze site die me tegelijk wel fascineerde. Het is duidelijk protestant-christelijk angehaucht, met veel multiculti-thema's. En ook erg (te) positief denkend, over 'samen' en zo.
Het artikel is om onduidelijke redenen nog steeds niet geplaatst.

UPDATE van 10 april     Inmiddels is het op de website van 'Nieuwwij' geplaatst: www.nieuwwij.nl/verdieping/verbinden-stromen/

========================================================================

Verbinden of stromen; wat gedachten van een boeddhist        Door:   Joop Romeijn

Boeddhisten, een groep die in 'Nieuwwij' niet of nauwelijks aan het woord of in beeld gekomen is; dat is verder niet zo erg want zoveel boeddhisten zijn er nu ook weer niet en ze hebben of geven ook niet zoveel problemen, in Nederland.
Gedachten van een boeddhist. Maar wellicht geen boeddhistische gedachten, slechts de mijne.

Een voetgangersoversteekplaats met stoplichten (en mensen die zich daar aan houden). Soms stellen de voetgangers zich alleen op de rechterhelft van de oversteekplaats op het trottoir op, als waren zij voertuigen die rechts horen te rijden; maar meestal staat men over de volle breedte te wachten, aan beide zijden.
Als het stoplicht op groen springt komen de linies op elkaar af; maar de te verwachte clash blijft uit. Door flexibel te lopen (dan weer eens tien centimeter schuin naar links stappen, dan weer eens tien centimeter naar rechts) weet men elkaar te vermijden. Bijna altijd komt iedereen heelhuids aan zijn of haar overkant, zonder zelfs maar iemand aangeraakt te hebben. Het lijken wel vloeistoffen die langs elkaar stromen.
Problemen ontstaan alleen als twee of meer mensen (stelletjes of vrienden) persé direct naast elkaar willen blijven lopen, elkaar niet kunnen loslaten, en dus niet kunnen mengen. Dan ontstaan (bijna-)botsingen.

     Dit lijkt me wel een aardig beeld van m'n stelling:
     het is goed om te verbinden, zoals de centrale boodschap van 'Nieuwwij' is,
     maar minstens zo belangrijk is het, langs elkaar heen te kunnen leven.

Doel van 'Nieuwwij' is “het verbinden van verschillen tussen culturele en religieuze groepen”, zo lees ik. Als ik de diverse artikelen van de laatste maanden losjes de revue laat passeren in mijn gedachten, gaan ze bijna altijd over mogelijke verbindingen tussen christenen (protestanten) en andere groepen. Bijna nooit over verbinden van moslims en atheïsten, het verbinden van boeddhisten en hindoes. Trouwens ook niet tussen protestanten en katholieken.
Ook artikelen van dubbele/meervoudige religieuze bindingen (dual belongings schijnt de vakterm te zijn geworden) hebben meestal het kenmerk dat één van de twee geloven die van christen is.
'Christocentrisch denken' noem ik dat, vergelijk de begrippen 'ethnocentrisch' of 'antropocentrisch': de eigen groep als norm stellen waarmee anderen worden vergeleken. Maar het begrip 'christocentrisch' schijnt al zijn zijn ingepikt en een andere betekenis gegeven en wordt ook verder niet zo adekwaat gevonden.
Wellicht is 'christendomcentrisch ' exacter; het heeft ook te maken met het (19e eeuwse) model dat er wereldreligies bestaan, en dat het boeddhisme bv er – net zo als het christendom – één van is (vergelijk Payne).

Zowel boeddhist als atheïst zijn als vorm van dual belonging
Ik ken wel wat teksten over dual belonging die ook over boeddhisten gaan, maar dan zijn het steeds mensen die zoveel boeddhist als christen zijn of proberen te zijn; en dat interesseert me nu net toevallig niet (wel in wetenschappelijke zin maar niet persoonlijk). Ik ben veel meer geïnteresseerd in het tegelijk boeddhist als atheïst of agnost zijn of proberen te zin (de verschillen tussen agnostisch en atheïstisch laat ik even buiten beschouwing). Zou ook wat meer geproblematiseerd kunnen worden: tegelijk christen en agnost zijn is ook dual belonging maar wordt helaas meestal getypeerd als een half van z'n geloof afvallende of afgevallene.

Over het tegelijk boeddhist èn atheïst zijn (niet als keus maar als onvermijdelijke conclusie dat ik dat ben) ken ik niet zoveel heldere literatuur; daarom hier een aanzet.
Ook HET atheïsme bestaat natuurlijk niet; ik heb vooral interesse in de bescheiden variant waarin van sommige thema's wordt gezegd: we weten het niet; bv over wat 'bewustzijn' is.
In de V.S. wordt steeds meer de term '(religious) naturalism ' gebruikt, dit drukt beter uit wat ik bedoel maar in nog niet in Nederland in zwang; zie link naar een Wikipedia-artikel hieronder.
Het is te makkelijk om een naturalistische of geseculariseerde variant (zoals Stephen Batchelor doet) van het boeddhisme te formuleren waarin boeddhisme en atheïsme met elkaar verzoend zijn. Ik wil geen verzoening, geen verdwenen spanningsveld, want dat is juist (voor mij) de essentie van deze dual belonging. Devotie bij de beoefening en ethiek horen daarbij; denkbeelden over reïncarnatie of andere vormen van leven na de dood niet: daar ben ik (net zo als veel westerse boeddhisten) hoogstens agnostisch over.
Natuurlijk is het atheïsme geen religie; maar het is – voor mij – wel een zingevingssysteem; zij het met de inhoud dat het leven geen zin, geen vooropgezet doel, heeft. Maar dat vind ik als boeddhist eigenlijk ook.

De kunst van het langs elkaar heen leven
Goed, terug naar het boeddhisme en terug naar m'n pleidooi voor de kunst van het langs elkaar heen leven.
Ik wil de Aziatische landen met een hoog percentage boeddhisten maar ook tientallen procenten andere gelovigen (christen en moslims of hindoes bv) bepaald niet idealiseren. Maar m'n indruk is toch dat in die landen er vrede is omdat die groepen langs elkaar leven, ieder hun eigen ding doend.
Met meer stelligheid durf ik dat te beweren van de omgang tussen boeddhisten onderling. HET boeddhisme bestaat niet; voor zover het boeddhisme een religie is (dat woord zelf is al een Westerse constructie), is het een conglomeraat van diverse tradities die niet zoveel met elkaar gemeen hebben behalve dan het concept 'Boeddha'. Als die tradities in Nederland ieder hun eigen beoefening doen, gaat het goed, de problemen ontstaan als men probeert ze te verenigen (en die 'men' is dan vaak de overheid die graag met één vertegenwoordigend orgaan van DE boeddhisten (of DE hindoes of DE moslims) zaken willen doen.

Er zijn boeddhisten en boeddhisten (en boeddhisten)
Grote verschillen: sommige boeddhisten hebben als centrale boodschap 'compassie'. De Dalai Lama bijvoorbeeld (althans in de boodschap tegen Westerlingen, tegen z'n eigen Tibetaanse boeddhisten zegt hij wel wat meer gecompliceerde of minder softe zaken, heb ik begrepen.
Anderen hebben als boodschap: wees mindful, mediteer, lees de soetra's, doe je rituelen, etcetera.

Hoe word je boeddhist? Deze vraag alleen al wijst op een sterke tweedeling.
Er zijn blanke (meestal goed opgeleide vaak welgestelde) Westerlingen die zichzelf tot boeddhist hebben bekeerd; en er zijn uit Aziatische landen (bv Vietnam, Thailand, China) afkomstige boeddhisten die dat van generatie op generatie zijn.
Deze groepen beoefenen nogal verschillend: van studie en meditatie versus ritueel om het wat te simplificeren. En ze hebben niet veel contact met elkaar. Dat geeft toch ook niet?

Losjes verbonden
Een ander aspect van het thema 'boeddhisme en verbondenheid' is de vraag: moet een Westers boeddhist solidair zijn met andere boeddhisten; bijvoorbeeld met de door China onderdrukte Tibetanen? Meer dan solidair met andere levende wezens?
En moet een Westers boeddhist 'des broeders hoeder' zijn als andere boeddhisten (in Azië, in Sri Lanka en Birma hebben ze er wel aanleiding toe gegeven) zich verwerpelijk gedragen tegen andere bevolkingsgroepen?
Theoretisch is het antwoord: ja; maar in de praktijk komt daar niet zoveel van. Wel is het – ook voor hier – nuttig om te benadrukken dat het beeld dat boeddhisten altijd en overal zo vredelievend zijn, niet helemaal klopt.

Het betoogje hierboven roept ook nog eens de vraag op of ik me met atheïsten verbonden moet voelen, specifiek dus, meer als met alle levende wezens in het algemeen? Alleen een beetje met de Amerikaanse die soms onder druk worden gezet door agressieve Christenen (creationisten en zo). Verder niet.

Samen alleen zijn
De kunst van het langs elkaar heen leven. Een goeie oefening (niet in, maar wel ten behoeve van het dagelijks leven) zit in de 'sociale' kant van meditatie-retraites, althans in die van mijn boeddhistische traditie. Van een paar dagen tot een paar weken lang, in een gebouw met overnachtingsmogelijkheden. Inclusief wandelen en eten. Dat gebeurt – uit praktische overwegingen – in een groep maar toch ook weer alleen. Want een regel in zo'n retraite is dat de deelnemers geen contact met elkaar hebben: niet spreken (of schrijven), maar ook geen oogcontact. Vooral dat laatste is voor velen in het begin lastig: het even bemoedigend naar elkaar glimlachen is niet de bedoeling. Maar na een tijdje merk je dat het helpt om je meditatieve proces te verdiepen.

Ondanks deze iets andere benadering vind ik 'Nieuwwij' een boeiend concept en goede website.
Bij wijze van samenvatting de boeddhistische middenweg: soms is verbinden beter en soms langs elkaar heen leven.


Wat bronnen:
http://en.wikipedia.org/wiki/Religious_naturalism ; een helder informatief artikel over een betere term dan 'atheïsme', namelijk (religieus) naturalisme

http://openboeddhisme.nl/ ; een onafhankelijk journalistiek webmagazine;

Het artikel 'If Buddhism is a Religion, then what' door Richard Payne over nadelen van de constructie 'wereldreligie'; en hoe die nadelen voor het boeddhisme uitwerken. Zie hier


Joop Romeijn is gepensioneerd sociaal wetenschapper en hulpverlener. Hij noemt zichzelf vrijzinnig Theravada-boeddhist en zegt er voor de zekerheid bij dat dit een niet bestaande traditie is. Verder is hij kritisch boeddhist, o.a. ten aanzien van boeddhistisch instituties in Nederland.
Zie ook zijn blog http://joopromeijn.blogspot.nl/